Verplichte laadinfrastructuur begint achter de meter
9 januari 2026Elektrische mobiliteit is in korte tijd volwassen geworden. Personenauto’s, bestelwagens en steeds vaker ook zwaar materieel schakelen over op elektrisch rijden. Die ontwikkeling wordt niet alleen gedreven door markt en techniek, maar steeds nadrukkelijker ook door wetgeving. Vanuit Europa worden duidelijke eisen gesteld aan laadinfrastructuur bij zakelijke gebouwen. Voor installateurs en gebouweigenaren betekent dat: voorbereiden is geen keuze meer, maar noodzaak.
EPBD zet laadinfrastructuur op scherp
Met de herziening van de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) geeft de Europese Unie richting aan wat er gaat komen. Niet-residentiële gebouwen met meer dan twintig parkeerplaatsen moeten vanaf 2027 beschikken over laadpunten of ten minste voorbereid zijn op grootschalige uitrol. Hoewel de nationale vertaling in Nederland nog op zich laat wachten, is de beweging onomkeerbaar. Europese normering gaat realiteit worden. En wat verplicht wordt, komt in beweging.
Laden zonder regie loopt vast
In de praktijk zien we dat laadinfrastructuur vaak nog wordt benaderd als een op zichzelf staand project. Er worden laadpalen geplaatst, maar zonder integraal ontwerp van het energiesysteem. Dat lijkt logisch zolang vermogen beschikbaar is, maar precies daar wringt het steeds vaker. Netcongestie beperkt aansluitcapaciteit, gelijktijdig laden zorgt voor piekbelasting en netverzwaring is lang niet altijd mogelijk of betaalbaar.
Zeker bij zakelijke mobiliteit, waar voertuigen overdag en vaak tegelijk laden, schiet een traditionele aanpak tekort. Meer laadpunten toevoegen zonder regie leidt niet tot schaalbaarheid, maar tot nieuwe beperkingen.
Regie achter de meter maakt schaal mogelijk
De oplossing ligt steeds vaker achter de meter. Door opwek, verbruik, laden en opslag slim op elkaar af te stemmen, ontstaat ruimte binnen bestaande netaansluitingen. Energieopslag fungeert daarbij als buffer en regelmiddel. Piekbelastingen worden afgevlakt, lokaal opgewekte energie kan efficiënter worden benut en het beschikbare vermogen wordt verdeeld op basis van prioriteit en timing.
Deze aanpak maakt laadinfrastructuur niet alleen technisch haalbaar, maar ook toekomstbestendig. Ze vormt bovendien de basis voor ontwikkelingen zoals bidirectioneel laden, waarbij voertuigen onderdeel worden van het energiesysteem in plaats van uitsluitend verbruikers.
Mobiliteitsoplossingen van Landport Energy
Landport Energy benadert laadinfrastructuur niet als losse hardware, maar als onderdeel van een totaal energiesysteem. Oplossingen zijn gericht op mobiliteit achter de meter, met energieopslag als kerncomponent en slimme aansturing als voorwaarde. Zo ontstaat een robuuste infrastructuur die functioneert binnen netgrenzen en meegroeit met de elektrificatie van het wagenpark.
Als onderdeel van de Louwman Group werkt Landport Energy vanuit dagelijkse praktijkkennis van mobiliteit. Elektrische voertuigen, laadinfrastructuur en energiegebruik zijn binnen de groep geen abstracte thema’s, maar operationele realiteit. Die ervaring vertaalt zich in oplossingen die niet alleen op papier kloppen, maar ook functioneren in de praktijk van wagenparken, werkplaatsen en bedrijfsterreinen.
Altijd met oog voor veiligheid, verzekerbaarheid en economische haalbaarheid. En altijd in samenwerking met installateurs, die de regie houden over ontwerp en uitvoering.
Van verplichting naar strategisch voordeel
De komende jaren verschuift laadinfrastructuur van een vrijblijvende voorziening naar een wettelijke randvoorwaarde. Installateurs die zich nu verdiepen in systemen achter de meter, zijn beter voorbereid op die nieuwe realiteit. Niet door simpelweg meer laadpunten te plaatsen, maar door klanten te helpen grip te krijgen op vermogen, kosten en continuïteit.
De techniek is er. De noodzaak ook.
Niet wachten, maar doen.
Meer weten over onze oplossingen achter de meter? Neem contact op!
Antal Adriaanse
Office Manager Sales & Techniek
Landport Energy