Van HBE’s naar ERE’s: emissiereductie als strategisch vraagstuk

23 januari 2026

De regels rond hernieuwbare energie in vervoer veranderen. Waar bedrijven jarenlang werkten met Hernieuwbare Brandstofeenheden (HBE’s), komt met de invoering van RED III een nieuw systeem in beeld: Emissiereductie-eenheden (ERE’s). Dat lijkt op papier een administratieve wijziging, maar in de praktijk raakt dit direct aan hoe bedrijven omgaan met elektrisch laden, energieverbruik en infrastructuur.

Voor bedrijven met laadpleinen, elektrische wagenparken of eigen opwek verandert de logica. Niet alleen het aantal kilowatturen telt, maar vooral de aantoonbare CO₂-reductie. En precies daar ligt de link met energieopslag en slimme inzet van energie.

Wat verandert er precies?

HBE’s waren volume-gedreven: wie hernieuwbare energie leverde aan vervoer, kon eenheden genereren. Met ERE’s verschuift de focus naar daadwerkelijke emissiereductie. Het systeem kijkt nadrukkelijker naar wanneer en hoe elektriciteit wordt gebruikt en welke CO₂-besparing dat oplevert.

De invoering valt onder de uitwerking van RED III in Nederland en wordt vormgegeven door onder andere de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de Nederlandse Emissieautoriteit.

Voor bedrijven betekent dit: meer verantwoordelijkheid, maar ook meer invloed. Mits zij hun energiestromen actief kunnen sturen.

Elektrisch laden wordt een strategisch vraagstuk

Wie elektrisch laadt, genereert niet automatisch ERE’s; de manier en het moment van laden zijn bepalend. Laden tijdens piekuren met grijze stroom levert nauwelijks emissiereductie op. Slim laden op momenten met eigen opwek of lage CO₂-intensiteit draagt wél aantoonbaar bij.

Daar wringt het vaak. Het stroomnet zit vol, teruglevering is beperkt en gelijktijdigheid zorgt voor hoge pieken. Zonder aanvullende maatregelen blijft sturen op emissiereductie voor veel bedrijven een theoretisch uitgangspunt.

De oplossing ligt niet in meer vermogen, maar in slimmer omgaan met beschikbare energie.

Energieopslag als randvoorwaarde voor ERE’s

Energieopslag maakt het mogelijk om zelf opgewekte energie tijdelijk vast te houden en later in te zetten voor laden. Niet wanneer het stroomnet het toelaat, maar wanneer het strategisch het meest logisch is. Zo ontstaat ruimte om:

  • – laadmomenten te verschuiven
  • – piekbelasting te beperken
  • – het aandeel hernieuwbare energie in vervoer aantoonbaar te vergroten

Zo is energieopslag niet langer een losstaand product, maar een functioneel onderdeel van de ERE-strategie. Systemen die werken; technisch én economisch.

Van regelgeving naar uitvoerbaarheid

De overgang van HBE’s naar ERE’s laat zien hoe beleidsontwikkelingen de dagelijkse praktijk steeds vaker inhalen. Het vraagt om aantoonbare keuzes in hoe en wanneer energie wordt gebruikt. Bedrijven die hier nu op voorsorteren, bouwen flexibiliteit in voor de komende jaren.

Niet wachten op netverzwaring of perfecte randvoorwaarden, maar vandaag keuzes maken die kloppen binnen het nieuwe kader.

Hier ondersteunt Landport Energy ondernemers bij het vertalen van nieuwe regelgeving naar de praktijk. Met energieopslagsystemen die elektrisch laden, eigen opwek en energiegebruik op elkaar afstemmen. Zo wordt emissiereductie niet alleen aantoonbaar, maar ook uitvoerbaar binnen bestaande netaansluitingen. Geen plannen op papier, maar technologie die vandaag werkt.

Praktische conclusie

ERE’s maken emissiereductie concreet en meetbaar. Dat vraagt om inzicht, sturing en flexibiliteit in energiegebruik. Energieopslag vormt daarin een noodzakelijke bouwsteen.

De techniek is er. De noodzaak ook.
Niet wachten, maar doen.

Antal Adriaanse
Office Manager Sales & Techniek
Landport Energy

Handige links:

Nederlandse Wet- en regelgeving:

De belangrijkste Europese richtlijnen: